Sylvia Vermont

Interview met Sylvia Vermont – auteur #2 van Boek10Interview

Na de hele leuke boekpresentatie van Boek 10 volgt op mijn blog nu iedere dag een interview met één van de auteurs. Ieder interview start met een korte introductie van de schrijver/schrijfster en daarna een aantal keuzevragen waar iedereen uit mocht kiezen.

Het tweede interview is met Sylvia Vermont, schrijver van Strikverhalen.

Strikverhalen

Godijn-logo-379

JMF_20160923-0001-2Vertel in het kort even iets over jezelf.

Ik ben een actieve en sportieve vrouw met fantasie en humor. Aandacht voor mensen, betrokken en een tikje verlegen.

Vertel iets over je boek. Dat mag over de inhoud maar ook over het tot stand komen van het boek of andere interessante onderwerpen zijn.

Mijn boek is een verzameling van 25 korte verhalen, over heel gevarieerde onderwerpen, bizarre situaties, met een verrassend einde.
In het najaar van 2016 hou ik een boekpresentatie in Den Haag. Een deel van de opbrengst komt ten goede aan Vereniging Kattenzorg in Den Haag.

Ik zet hier 10 vragen neer waaruit jullie 4 vragen kunnen kiezen om te beantwoorden. (meer vragen beantwoorden mag natuurlijk ook).

  1. Las je als kind veel en welke boeken? Lees je nu nog veel en welke genres lees je graag? Wat is je favoriete auteur en waarom? Kun je een top 3 noemen van jouw beste boeken ooit?
    Als kind was ik dol op de boeken van Thea Beckmann, Jan Terlouw, Anneke Bloemen, de serie van Avontuur en echte meisjesboeken.
    Nu lees ik graag (Nederlandse literaire) thrillers. En ook Roald Dahl, E.A. Poe en Midas Dekkers. Top 3 van beste boeken ooit is lastig, maar ik denk:
    Daphne du Maurier – Rebecca (omdat je helemaal meegaat met de (onjuiste) gedachten van de hp)
    Ira Levin- a kiss before dying (omdat je pas halverwege in de gaten hebt met wie de hp een relatie heeft, heel knap geschreven)
    Stephen King- Salem’s lot (zo griezelig beschreven dat ik het niet durf te lezen in het donker)
  2. Wat korte vragen om de mens achter de auteur een beetje te leren kennen
    • Koffie of thee?
    • IJs of chocola?
    • E-book of papieren boek?
    • Serie of losstaand boek?
    • Hond of kat?
    • Eerst de boekverfilming zien of eerst het boek lezen? Eerst het boek lezen
    • Winter of zomer?
    Thriller of roman?
    Wijn of bier?
    Boekenlegger of pagina omvouwen?
    • Leen jij je boeken uit? Ik leen niet uit
    • Vind je de cover van een boek belangrijk? Cover is belangrijk
    • Kijk je wel eens aan het einde van een boek om te zien hoe het afloopt? Ik kijk nooit naar het einde om de afloop te zijn (ook al vind ik dat soms moeilijk)
  3. Wat is je schrijfritme? Schrijf je op vaste tijden? Kun je overal schrijven of moet je een vaste plek of een rustige omgeving hebben? Schrijf je met de hand of op de computer?
    Ik schrijf op vaste tijden, in de ochtend is mijn hoofd het meest helder en mijn fantasie op z’n sterkst. Het liefst schrijf ik op mijn laptop, in mijn werkkamer en het moet absoluut rustig zijn. De telefoon hou ik niet bij de hand, binnenkomende berichten leiden me ontzettend af.
  4. Hoe ben je op het idee gekomen voor je boek? Wat was je inspiratiebron?
    Ik krijg heel vaak ideeën, die noteer ik dan om er op een later tijdstip iets mee te doen. Precies zoals ik beschrijf in het verhaal ‘Eureka’.Vroeger gebruikte ik hiervoor een notitieboekje, maar tegenwoordig de memo van mijn telefoon. Als ik een idee niet vastleg, is het zó weer verdwenen, net als een droom die je je niet meer kunt herinneren wanneer je tien minuten wakker bent. Ideeën kunnen langs vliegen door wat iemand zegt of doet, door een bericht in de krant of op televisie. Voor het verhaal ‘Definitief lichter’ kwam ik op het idee door een reclame in een winkelstraat. Dan slaat mijn fantasie op hol en geef ik er een bijzondere wending aan.
  5. Had je van te voren het hele verhaal, de opbouw, de karakters en het einde al vast staan? Of gebeurde dat tijdens het schrijven? Is er veel veranderd t.o.v. het eerste plan voor je boek?
    Meestal staan de grote lijnen vast en ook de clou, het einde. Maar alles ertussen kan nog wijzigen en dat gebeurt vaak. Soms moet ik schrappen, dingen die er niet meer toe doen, omdat het verhaal een andere wending krijgt. Of personen toevoegen, omdat ze een doel dienen. Het kan ook dat een verhaal zich ontpopt terwijl ik schrijf, dat het als het ware ontstaat en het voor mezelf ook spannend is waar het toe gaat leiden.
  6. Zijn de karakters gebaseerd op bestaande personen? Of kunnen familie / bekenden wat trekjes van zichzelf herkennen in personages uit je boek? Lijkt een van de personages op jou?
    De personages zijn allemaal verzonnen, zowel qua uiterlijk als wat betreft de gebeurtenissen die ik beschrijf. Gelukkig maar, want het zijn vaak bizarre situaties of ontwikkelingen die totaal uit de hand lopen. De aanleiding voor een verhaal kan berusten op de realiteit, maar dat is uitsluitend de aanleiding, niet de voortgang of de afloop van een verhaal.
    Soms gebruik ik de ik-persoon, zoals in het verhaal ‘Eureka’ of ‘Receptie’, maar ook dat is niet auto-biografisch.
  7. Heb je research voor je boek moeten doen? En kun je daar iets over vertellen? Hoe kwam je aan de namen van je personages? Hebben die een speciale betekenis?
    Research doe ik weinig, omdat ik alles fantaseer. Soms zoek ik op planten en hun bloeiperiode of op plaatsnamen. Ik check altijd of een productnaam al bestaat, zoals in ‘Het warmtekussen’ en de afslankpillen in ‘Definitief lichter’. Of de naam van het schip in het verhaal ‘Zeker geen oranje’.
    Wanneer een personage zou kunnen lijken op iemand die ik ken, bijvoorbeeld door leeftijd of door de situatie, gebruik ik soms die betreffende naam, of iets dat erop lijkt. Natuurlijk vraag ik altijd aan die persoon of ik dat mag doen. Het is nog nooit voorgekomen dat iemand dat weigerde. Ze kennen mijn schrijfstijl en vinden het juist leuk om in een verhaal voor te komen. In ‘Definitief lichter’ heb ik de naam gebruikt van iemand die toevallig aan het lijnen was. Het afslanken ging heel succesvol overigens, maar op een andere manier dan in mijn verhaal. Gelukkig maar.
  8. Heb je tijdens het schrijven van je boek al geschrapt / opnieuw geschreven of pas toen het boek klaar was? Heb je het boek tijdens of na het schrijven laten lezen door proeflezers? Waarom wel of juist niet? En hoe is het om, wanneer je zoveel tijd en passie in het schrijven heb gestoken, om het dan voor het eerst door anderen te laten lezen?
    Schrijven is schrappen en ook weer toevoegen, verplaatsen, noem maar op. Leve de computer. Ik pas talloze keren een verhaal aan, omdat ik soms een andere ingeving krijg, waardoor dingen overbodig worden of juist toegevoegd moeten worden. Een verhaal heeft meerdere fasen bij mij: eerst het idee, daarna de ruwe versie uitwerken, vervolgens hiaten eruit halen en tenslotte mooie zinnen maken, waarbij ik let op afwisselend woordgebruik.
    Sommige verhalen laat ik lezen, feedback is altijd heel zinvol. Een ander leest dingen waar ik overheen kijk. Ik balanceer vaak tussen teveel informatie weggeven waardoor je het einde ziet aankomen en te weinig informatie, waardoor de afloop onduidelijk is. Van beide hou ik niet. Je moet weten hoe het eindigt, liefst met een figuurlijke klap in je gezicht. Dat vraag ik ook altijd uitdrukkelijk aan de lezer: was je verrast? Als ik geen ‘ja’ hoor, weet ik dat ik nog aan het verhaal moet sleutelen.
    Het is altijd spannend als een ander het leest. Je legt er je ziel en zaligheid in en dat maakt je kwetsbaar.
  9. Vertel waarom iedereen jou boek zou moeten lezen.
    Het zijn leuke, verrassende verhalen die lekker vlot lezen.
  10. Wat is je grootste droom op schrijversgebied?
    Een plankje vol met eigen werk.

Boekgegevens

Strikverhalen

Titel :Strikverhalen
Auteur :Sylvia Vermont
Uitgever :Godijn Publishing
Verschenen :2016
ISBN :9789492115102

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code

CommentLuv badge